Een ecosysteem is eigenlijk altijd een complexe samenwerking. Zoiets is niet zomaar succesvol. Sterker nog, veel van dit soort trajecten falen. Tijdens een masterclass vertelt veranderbegeleider Maaike de Brouwer van Gewoon aan de slag hoe je dat wél goed aanpakt. 

Tekst: Eveline Meijer

Maaike de Brouwer

Maaike de Brouwer

In een ecosysteem komen tal van partijen samen om aan een gezamenlijk doel te werken. Daar zitten technische uitdagingen aan, zoals data die uitgewisseld moeten worden of systemen die op elkaar moeten aansluiten, maar dat is vaak wel op te lossen.

De echte uitdaging zit hem volgens De Brouwer in het organisatorische deel. “Het wordt echt ingewikkeld als je een heleboel verschillende organisatiesystemen bij elkaar brengt en ervan uitgaat dat het vanzelf wel gaat werken. Dat is namelijk niet zo”, stelt ze.

“Elk ecosysteem is een samenvoeging vanuit verschillende bron-systemen. Er komen heel veel facetten bij kijken die maken of een samenwerking werkt of niet. Dat vraagt om veel aandacht, zorg en werk.”

Wat kom je brengen?

Voordat een ecosysteem kan leveren waarvoor het is bedoeld, is het nodig dat het een vitaal systeem is. En daar komt veel bij kijken. We hebben het dan bijvoorbeeld over de balans tussen wat je komt brengen en wat je komt halen. “Mensen komen vaak met een soort boodschappenbriefje van de bronorganisatie zo’n samenwerkingsverband in. Dat zijn de dingen die ze voor hun organisatie moeten fixen”, zegt De Brouwer. Terwijl een ecosysteem alleen kan werken als iedereen er ook wat in stopt. Tijd, energie en middelen.

“Een samenwerkingsverband heeft de primaire loyaliteit van alle leden nodig om echt stappen te kunnen gaan zetten. Maar vaak zie je dus dat de primaire loyaliteit bij de bronorganisatie ligt. Dan ben je eigenlijk vooral dingen voor je bronorganisatie aan het halen en loop je het risico dat je niet genoeg terugbrengt. Daardoor gaat de reciprociteit scheef.”

Tegelijkertijd is er het probleem van cultuur. Iedere organisatie heeft immers zijn eigen cultuur, met de eigen gewoonten, normen en waarden. “Dat is waar we vanuit handelen. Vanuit die patronen is bepaald gedrag heel logisch, en ander gedrag totaal niet. Het vorm ook je interpretaties en aannames, Als je allerlei verschillende culturen bij elkaar brengt, wil dat niet als vanzelf met elkaar matchen.”

Bovenaan de apenrots

Er zijn verschillende redenen waarom mensen bepaalde dingen doen, maar misschien nog wel uitdagender is het gedrag dat we onbewust vertonen. Simpelweg omdat het nu eenmaal de menselijke natuur is.

In iedere groep bestaat automatisch een bepaalde ranking, die door allerlei verschillende factoren wordt bepaald. “Misschien heeft de bronorganisatie waar je voor werkt wel een hogere ranking, omdat die bijvoorbeeld meer geld in de pot hebben gestoken. Of de organisatie bestaat al langer, of heeft meer toegang tot data dan anderen. Daarmee heb je dan meer macht”, legt De Brouwer uit. “Maar het kan ook zijn omdat je veel social clout hebt. Soms is het gerelateerd aan de inhoud, maar soms ook aan charisma, persoonlijkheid of sociaal-culturele factoren.”

Probleem is dat veel mensen dit een ongemakkelijk onderwerp vinden, waardoor we het er eigenlijk niet over hebben. Daardoor ontstaan er geen gesprekken over de machtsverdeling in een ecosysteem of wat dat zegt over hoe we met elkaar omgaan. Er wordt dan driftig gediscussieerd over de inhoud, terwijl het eigenlijk over macht en zeggenschap gaat. “Iemand die lager in de ranking staat, zal altijd wat voorzichtiger zijn naar iemand die voor zijn of haar gevoel hoger in de ranking staat. En dat bepaalt je gedrag.”

Maaike de Brouwer en DEI organiseren op 17 juni een masterclass over verandertrajecten en ecosystemen.

Er zijn nog een beperkt aantal plekken beschikbaar. Wil je ook aanwezig zijn? Meld je dan direct aan!

Eerst de fundering leggen

Al die facetten hebben invloed op hoe er in het ecosysteem samengewerkt wordt en of het ecosysteem überhaupt succesvol is. Maar in de praktijk praten we vrij weinig over deze elementen, ziet De Brouwer. “Mensen gaan vaak als eerste naar de inhoud, de techniek en de datakant. Wat moet er inhoudelijk opgeleverd worden? Hoe verbinden we IT-systemen aan elkaar? Hoe wisselen we data uit?

Maar als je het niet eerst hebt over de bedoeling van dit systeem, het bestaansrecht en wat er nodig is om dat te realiseren, hangt het van mazzel of pech af of dat ook gaat lukken.” Met andere woorden: we moeten eerst goed bespreken wat we gaan doen, hoe we dat doen, hoe we samenwerken en hoe we met elkaar omgaan. Een fundament waar daarna op doorgebouwd kan worden.

Dat is niet alleen belangrijk om het ecosysteem met de bestaande groep te laten slagen, maar ook om het in stand te houden als iemand onverhoopt vertrekt — omdat diegene een andere baan krijgt of ziek wordt. “Daar komt dan weer iemand anders voor in de plaats. Hoe zorg je dat ook die persoon een passende plek kan innemen? Je moet opnieuw de relatie leggen en opnieuw verbinden. Als er een stevig fundament ligt, gaat dat een stuk makkelijker omdat het minder persoons -en relatieafhankelijk is. ”, concludeert de veranderbegeleider.

“Hoe sterker het fundament is dat je al hebt, hoe beter je de inhoud vorm kan geven. Daarvoor moet je eerst vertragen op de ‘hoe’ om later te kunnen versnellen op het ‘wat’.”

Hoe zorg je voor een succesvol ecosysteem?

De vraag is: hoe zorg je dan dat een ecosysteem wél slaagt? Daar gaat De Brouwer dieper op in tijdens een masterclass op 17 juni. “Daarin ontdekken we hoe je systemisch naar organisaties kijkt en wat daar gebeurt. Wat is er nodig voor een systeem om goed te kunnen functioneren?”

Tijdens deze masterclass is in principe iedereen welkom die met dit soort vraagstukken te maken heeft. Dat zijn leden van dit soort projectgroepen, maar bijvoorbeeld ook leidinggevenden. “Het is handig om te snappen met welke boodschap je mensen het veld in stuurt. En hoe realistisch is dat? Hoe zorg ik dat zij succesvol kunnen zijn met die opdracht?”

Interesse? Aanmelden voor de masterclass kan hier.