Bart Broekhoven tijdens de DMI-Dag, waar hij over de DMI Energiescan Blauwdruk vertelde.

Bart Broekhoven tijdens de DMI-Dag, waar hij over de DMI Energiescan Blauwdruk vertelde.

In de energiewereld ligt op allerlei plekken informatie. Bij gemeenten, bij netbeheerders en bij leveranciers; om er maar een paar te noemen. Hoe weet je nu waar je welke informatie kunt halen of welke informatie je zelf beschikbaar kunt stellen? Dat moet duidelijker worden met de DMI Energiescan Blauwdruk, die DEI hielp ontwikkelen.

Tekst: Eveline Meijer

Het DMI-ecosysteem richt zich op gebiedsontwikkeling en slimme duurzame verstedelijking. Daarbij legt het verbindingen tussen data, kennis, producten en diensten.

Eén van de uitdagingen die in dat ecosysteem speelt, is de energieproblematiek. En dat is er een waar een aangesloten ecosysteempartij – de gemeente Helmond – hulp bij zocht. Deze gemeente heeft een structureel probleem ten aanzien van gebiedsontwikkelingstrajecten. Bij nieuw te ontwikkelen gebieden loopt de gemeente namelijk tegen dit probleem aan. Nieuwe gebieden kunnen niet zomaar op het energienet worden aangesloten en om te zorgen dat dit wel gebeurt, moet op allerlei plekken informatie worden opgevraagd. Maar waar dan? En welke informatie?

Het is een vraagstuk waar niet alleen de gemeente Helmond tegenaan loopt, zegt Bart Broekhoven van DEI. “Het DMI zei: misschien is het een goed idee om een soort blauwdruk te maken van hoe je dit aanpakt. Daar hebben ze onze hulp bij gevraagd, omdat wij ook contact hebben met Het Normo (beheerder van centrale voorzieningen van gegevensuitwisselingen in de energiesector, red.) en wij weten hoe je ecosysteemvormingen aanpakt.” Dat werd de DMI Energiescan Blauwdruk.

In gesprek

Het Canvas-model van DEI.

Het Canvas-model van DEI. Foto: Thijs Rooimans

Deze blauwdruk ontstond natuurlijk niet van de ene op de andere dag. DEI en DMI gingen eerst in gesprek met een handjevol organisaties. Dat waren twee netbeheerders (Enexis en Stedin), de gemeente Amersfoort, de gemeente Helmond, woningcorporatie Brabantwonen, Het Normo en marktpartijen in de energiesector.

“We hebben hen in het begin allemaal dezelfde vragen gesteld”, zegt Broekhoven. “Hoe zitten jullie in het spel? Wat zijn problemen waar jullie tegenaan lopen als het om gebiedsontwikkeling gaat? Welke informatie kun je aan andere partijen leveren? En welke informatie heb jij nodig?”

DEI en DMI stelden die vragen aan de hand van een bekende DEI-tool: het Canvas-model. Daarmee brengen organisaties in kaart wat hun gezamenlijke doelstellingen zijn, welke organisatorische belangen ze hebben en welke tegengestelde belangen er zijn. “Dat model hebben we nu uitgebreid met twee extra ringen: informatie-aanbod en informatiebehoefte. Dus welke partij heeft welk aanbod en wat heb jij qua informatie juist nodig van andere partijen? Zo krijg je een soort informatienetwerk”, legt Broekhoven uit.

DEI en DMI analyseerden de uitkomsten, waarna individuele gesprekken plaatsvonden met experts uit het veld.

Drie tools

Ten slotte kwamen daar drie verschillende digitale tools uit. “We hebben een interactief model gemaakt, waar je op kunt klikken en op kunt uitzoomen. Je kunt daarmee bijvoorbeeld zeggen: ik ben gemeente, wat kan ik van de netbeheerder ontvangen? Dan klik je op de netbeheerder en zie je wat daar vandaan komt. En ook wat jij moet leveren.”

“Maar het zou natuurlijk mooi zijn als je ook een model hebt dat direct laat zien: ik ben gemeente, dit zijn alle informatiestromen”, gaat Broekhoven verder. “Dat is een tweede model geworden.”

Bart Broekhoven tijdens de DMI-Dag, waar hij over de DMI Energiescan Blauwdruk vertelde.

Bart Broekhoven tijdens de DMI-Dag, waar hij over de DMI Energiescan Blauwdruk vertelde.

Het derde model is echter het meest praktisch voor veel organisaties. “Dat is een tool die je in zes stappen helemaal meeneemt in het proces. Je geeft aan wie je bent – bijvoorbeeld een gemeente of netbeheerder – en de tool past de flow van stappen daarop aan. De tweede stap geeft aan welke partijen je normaliter zou moeten spreken. Maar, in deze navigator kun je zelf ook aangeven wie je er verder extra bij wilt hebben of wie voor jou nu even niet interessant is.”

Daar komen vervolgens templates uit, in Word en Excel. Daarin staat welke informatie je moet aanleveren en wat je wilt ontvangen. “Dat wordt geconsolideerd met een stappenplan. Dit zijn de partijen die je moet bellen en dit is de informatie die je moet opleveren”, zegt Broekhoven. “Dat komt in de laatste stap samen in een overzicht, dat je kunt uitdraaien en als PDF kunt meenemen in een gesprek.”

Ronde tafel op 21 oktober

Die eerste versie is nu klaar, maar zeker niet compleet. “We hebben dit in een beperkt aantal sessies gedaan en zijn niet compleet of uitputtend wat betreft de informatie-items die nodig zijn. Daar hadden we te weinig tijd voor. Dus dat is het vervolgtraject”, zegt Broekhoven. “En daarvoor willen we met het hele ecosysteem gaan praten. Zij zijn de inhoudelijke experts, dus zij hebben de echte inhoudelijke kennis en lopen dagelijks tegen de problemen aan.”

Daarom volgt op 21 oktober een rondetafelsessie in Amersfoort, waar DEI en DMI-ecosysteem verschillende partijen uitnodigen voor de inhoudelijke verdieping, zowel op de informatiestromen als op de samenwerking, de belangen van partijen en de tegengestelde belangen.

“En we willen met elkaar gaan bespreken hoe we verder gaan met de tools. Uiteindelijk komt daar iets uit wat ook onderhouden moet worden. Er komen ontwikkelingen en de wereld verandert snel, dus er moet een regierol komen en iemand moet eigenaar worden. Het ecosysteem moet bepalen wie dat wordt.”

De uiteindelijke tools verschijnen op het PDX-platform van DMI-ecosysteem, waar partijen veilig data met elkaar kunnen delen. “Dan wordt het echt bruikbaar”, sluit Broekhoven af. “De tool wijst dan naar documenten en online informatie, en slaat documenten op voor partijen die geraadpleegd kunnen worden. De informatie-uitwisselingsstroom vindt dus plaats via PDX. Dat is het uiteindelijke doel.”

Wil je aanwezig zijn tijdens deze ronde tafel? Meld je aan!