Bart van der Linden. Foto: Thijs Rooimans

Het DEI en Het Normo onderzoeken samen of digitale wallets kunnen helpen om valide energiegegevens betrouwbaar te delen. Eén van de onderzoeksvragen is: waar loopt het in de praktijk op vast? Volgens Bart van der Linden van het DEI ligt het in ieder geval niet aan de techniek, maar aan de manier waarop publiek en private organisaties samenwerken en sleutelspelers wachten op de stappen die de EU op dit vlak zet.

In het traject met Het Normo spreken we twaalf partijen over de vraag waarom digitale wallets maar niet van de grond komen. De opbrengst komt in november en januari op tafel in twee sessies, met als centrale vraag of dit een haalbare kaart is. Van der Linden heeft daar ook al een aantal ideeën bij, blijkt uit een gesprek met hem.

Waar gaat het volgens jou werkelijk over?

“Over grip op je eigen gegevens. Bij Het Normo gaat het om energiedata van huishoudens. Jouw energiedata is van jou en op dit moment worden die data vrolijk verhandeld. Een wallet is het instrument waarmee je zelf bepaalt of je die data deelt en met wie. Vraag je een energiesubsidie aan, dan gaat er een aanvraag richting het Kadaster, de Belastingdienst of het UWV. Het is belangrijk dat jij daar zelf toestemming voor geeft. De burger moet weer regie krijgen over zijn eigen gegevens.”

Waarom komt het dan niet van de grond?

“Omdat de businesscase voor veel partijen ontbreekt. Op lange termijn is die er wel: processen worden korter, je hebt minder doorlooptijd en minder mensen die zich met papieren rompslomp bezighouden. Maar op korte termijn moet je tijd en geld vrijmaken zonder dat er iets tegenover staat. Dan is de vraag of je daaraan begint, of dat je bezig bent je bedrijf te laten overleven.

En die rekening is niet gelijk verdeeld. Juist bij de kleinere partijen achter in de keten is de businesscase negatief, terwijl die partijen wel cruciaal zijn om het geheel te laten werken.”

Wat is daar de oplossing voor?

“Je moet investeren. Als je als overheid al jaren vindt dat die wallets belangrijk zijn, dan hoort daar ook geld bij. Of een andere keystone player in het ecosysteem staat op, een partij die groot genoeg is om de aanloop te dragen voor de rest.

Daar zit meteen een tweede probleem. Kijk naar wat de verschillende ministeries aan groeifondsen hebben. OCW heeft veel geld vrijgemaakt voor onder meer de Edu Wallet, en ook in de bouw en de spoorsector gaat geld naar vergelijkbare trajecten. Ik schat dat 60 tot 70 procent van wat je in de ene sector bedenkt, bruikbaar is in een andere. Zo gaan er vanuit verschillende ministeries bakken met geld naar programma’s die tot ongeveer hetzelfde leiden.

Daar wordt geen regie op gevoerd, omdat dit vraagstuk breder is dan één sector. Vanuit historie werken overheidsorganisaties op het vlak van innovatie en groeifondsen niet of nauwelijks samen. Je moet dus bij de overheid beginnen, want daar zitten de silo’s. Die ministeries zullen moeten samenwerken.”

En tot die tijd?

“Beginnen. Ga naar een gemeente, zet iedereen bij elkaar en start een klein project. Maak een proeftuin en laat zien dat het kan draaien. De echte vraagstukken, juridisch, technisch en organisatorisch, komen pas boven als je het daadwerkelijk doet. Je kunt het bedenken, maar het zit hem in het doen. Ecosystemisch samenwerken moet je nu eenmaal leren.”